Regelgeving pootringen wijzigt

Vanaf 1 juli 2009 verandert het aanvragen van pootringen. De belangrijkste reden hiervoor is verbetering van de administratie rondom de pootringen. Zo wordt vanaf dit jaar het ringenarchief gedigitaliseerd. Met één druk op de knop verschijnt de herkomst van een ringnummer op het scherm. De vogelbonden waaronder Kleindier Liefhebbers Nederland beheren de gegevens en sturen deze deels door naar het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).  Dit is nodig als de Algemene Inspectiedienst of een andere controlerende instantie vragen heeft over de naleving van de Ringenregeling.

 

De verschillende vogelbonden en het ministerie van LNV zijn al enkele jaren bezig om de huidige regeling aan te passen. Aanleiding hiervoor is om de illegale handel en wildvang in te dammen. De vogelbonden zijn nu verplicht om gegevens digitaal bij het ministerie aan te leveren. Eerder gebeurde dit op papier. In april is de ‘Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens’ in de Staatscourant gepubliceerd. Daarmee treedt de regeling vanaf 1 juli 2009 definitief in werking. Het ministerie van LNV gaat zorgvuldig met de aangeleverde gegevens van de kwekers om en voldoet aan de eisen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Andere organisaties of overheidsinstanties krijgen geen toegang tot het pootringdossier.

Wat verandert er voor u?
Voor de individuele kweker verandert er door de digitale verstrekking aan LNV niets, behalve als uw bond iets anders voorschrijft dan u tot nu toe gewend was. Bijvoorbeeld als u uw pootringen voortaan via een webformulier moet bestellen. Wel zijn tegelijkertijd twee knelpunten in het gebruik van ringen opgelost.

Wijziging 1
Vraagt u pootringen aan voor gefokte vogels die niet behoren tot de soorten uit bijlage A van de basisverordening (EG nr. 338/97)? Dan mag u vanaf 1 juli 2009 deze pootringen bij gelijke ringmaat aanvragen en gebruiken voor meerdere soorten tegelijk. Voor ringen aangevraagd voor een bijlage A soort blijft de verplichting bestaan dat u de ringen uitsluitend mag gebruiken voor vogels van de soort waarvoor u de ring heeft aangevraagd en niet voor andere soorten. En voor de bijlage A soorten is het nu verplicht om bij de bestelling van ringen ook het aantal ouderparen (koppels) door te geven.

Wijziging 2
De tweede wijziging is dat u voortaan van de voorgeschreven ringmaat af mag wijken als u aannemelijk kunt maken dat daar een noodzakelijke reden voor is.

Wat staat er in de Ringenregeling?
In de regeling staat onder andere:

  • hoe de afgifte van pootringen is geregeld;
  • welke gegevens bij de aanvraag van ringen verstrekt moeten worden en vastgelegd door de vogelbond; 
  • de eisen waaraan de ring moet voldoen;
  • welke vogelsoorten geringd moeten worden;
  • en wat de standaard ringmaat is voor de betreffende vogelsoort.

Pootringen alleen via de vogelbond
U kunt pootringen voor in Nederland geboren en gefokte vogels alleen aanvragen bij een vogelbond die in de regeling wordt genoemd en daarmee erkend is door de Minister van LNV.
Deze vogelbonden zijn verplicht een administratie bij te houden van de afgegeven pootringen. Hiermee is het mogelijk om de herkomst van de gefokte vogels te traceren.

De vogelbonden verstrekken pootringen aan zowel leden als niet-leden, want aanvragen van kwekers die geen lid zijn mag men niet weigeren. De vogelbonden geven alleen pootringen af als aannemelijk is dat de aanvrager de vogels, waarvoor de ringen aangevraagd zijn, daadwerkelijk kweekt. Het aantal ringen moet overeenkomen met de te verwachten nakweek.

 

De volledige versie van de regelgevingen, evenals de lijsten met soorten en ringmaten zijn te raadplegen in genoemde staatscourant No 51, evenals op de internetsite: www.overheid.nl