Voeding en verzorging

Intro
Zonder goede voeding en verzorging geen gezonde dieren. Deze regel geldt altijd en overal.
Er is een grote verscheidenheid in watervogels en dus ook de voedingsbehoeften.
Bij de meest gehouden eenden en ganzen komen geen grote verschillen in voedingsbehoeften voor.
Dit hoofdstuk beschrijft kort de voeding en verzorging van watervogels.


Peposacaeenden

Voeding voor volwassen dieren
Watervogels zijn over het algemeen gemakkelijke eters.
De diervoederindustrie levert goede voeders voor watervogels. Volwassen dieren krijgen tot ongeveer een maand voordat de leg begint onderhoudskorrels, aangevuld met speciaal watervogel- of eendengraan als bijvoedering.
De samenstelling van de onderhoudskorrel is afgestemd op de soort. Gedomesticeerde watervogels met een behoorlijke leg hebben andere voedingsbehoeften dan duik- en zaagbekeenden, die visrijk voedsel nodig hebben.
De voederindustrie levert deze verschillende korrels.

Ruim een maand voor het begin van het voortplantingsseizoen wordt het onderhoudsvoer vervangen door foktoomvoer met extra calcium voor een goede bevruchting en een goede eisamenstelling.
Belangrijk is dat de dieren niet te vet worden. Te vette dieren leggen niet alleen minder eieren, maar het bevruchtingspercentage is ook lager. Door ervaring leert de fokker hoeveel gevoerd kan worden.
Naast dit foktoomvoer hebben veel soorten en rassen (en dan vooral ganzen) behoefte aan groenvoer. In de winterperiode is er niet veel gras beschikbaar. Bijvoeren van groen in de vorm van boerenkool, witlofschillen en winterwortelen gaat prima.
Zodra er meer gras beschikbaar is, neemt de behoefte aan ander groenvoer af.
Jong mals gras heeft een positieve uitwerking op het broedresultaat.
Eenden eten meestal minder groen dan ganzen en dit geldt vooral voor de oorspronkelijke eendensoorten.
Een uitzondering zijn Smienten die wel graag veel gras eten.
Kunnen de dieren de groei van het gras niet bijhouden, dan moet regelmatig het gras gemaaid worden. Vooral ganzen hebben een hekel aan lang gras.
Door de grasmachine af te stellen op ongeveer een hoogte van 4 cm krijgen de dieren precies wat ze nodig hebben.

Voeding voor jonge dieren
Ganzenkuikens eten veel en graag gras. Daarnaast wordt opfokvoer I gevoerd.
Het is onvermijdelijk dat de ouderdieren met de jongen mee-eten uit dezelfde voerbak. Voor eenden geldt hetzelfde, behalve dat jonge eenden minder gras eten dan jonge ganzen.
Na verloop van ruim zes weken - de juiste periode staat op de voerzak - wordt overgeschakeld op opfokvoer II en vervolgens na verloop van tijd op onderhoudsvoer.
Volg ook hierbij de instructie op de voederzak.
Naast deze voeders wordt ook nog graan bijgevoerd.
Natuurlijk ontbreekt het de jonge dieren niet aan schoon drink-, zwem- en badwater.


Cackling canadaganzen met kuikens

Voederbakken
Voor voerbakaken zijn geen harde richtlijnen te geven. Ze zijn er in veel soorten en maten. Belangrijk is dat de voerbakken voldoende bodemoppervlak hebben en niet omvallen als de ouderdieren op de rand gaan staan.
Voor volwassen dieren zijn trapbakken geschikt. Bij deze voerbakken moeten de dieren op een trede staan waardoor de klep van de voerklep opengaat. Deze bakken worden gebruikt om te voorkomen dat vogels van dit dure voer mee-eten.
Zorg dat er voldoende voerbakken zijn om te voorkomen dat dominante dieren anderen belemmeren om voldoende te eten.

Drinkbakken
Het zwemwater doet ook dienst als drinkwater. Daarom moet het zwemwater altijd schoon zijn. Aparte drinkbakken zijn niet nodig omdat watervogels er geen gebruik van maken als ze zwemwater ter beschikking hebben.

Maagkiezel
Maagkiezel is onmisbaar voor watervogels en moet altijd beschikbaar zijn. Zoals bij alle vogels werken kiezels als molensteentjes. Ze zorgen voor een betere vertering van het voer en verhogen de gezondheid.

Omgaan met dieren
Goed omgaan met dieren is net zo nodig als het verzorgen van de dieren en voer en water geven.
Het omgaan met de dieren is misschien wel het mooiste wat er is.
Watervogels lenen zich niet als troeteldier, hoewel kuikens die volledig afhankelijk van mensen zijn geweest, zich tot hun verzorger aangetrokken voelen.
Van ras tot ras, van soort tot soort verschilt het karakter.
Sommige oorspronkelijke watervogelsoorten gedragen zich veel aanhankelijker dan sommige gedomesticeerde rassen. Voorbeelden geven van rassen en soorten die gemakkelijk of juist moeilijk in de omgang zijn is niet mogelijk, omdat dit nogal kan verschillen.
Om de dieren vertrouwd met de verzorger te maken is een normale, rustige omgang nodig. Dieren die zich gemakkelijk kunnen verstoppen onder beplanting raken minder snel vertrouwd met de verzorger dan dieren die zich niet kunnen verstoppen.
De schrik van elke watervogel is het schepnet. Het gebruik van een schepnet voor het vangen van de dieren moet voorzichtig gebeuren.
Is er een andere mogelijkheid, dan moet die gebruikt worden.

Watervogelvoer
Er is een enorm grote verscheidenheid in watervogels. Daarmee verschillen ook de voedingsbehoeften tussen de soorten watervogels enorm.
De meest gangbare eenden en ganzen bij hobbyisten kennen geen grote verschillen in voedingsbehoeften. Vooral voor watervogels die in de natuur vis eten zoals zee-eenden en duikeenden liggen de voederbehoeften nogal wat anders.

Water
Voor watervogels doet het vijverwater vaak ook dienst als drinkwater. De zuiverheid van het water is zeker om deze reden een enorm belangrijk punt. Vuil vijverwater heeft daarmee niet alleen op de uiterlijke factoren van watervogels invloed, maar zeker ook op de innerlijke.
Wanneer de kwaliteit van het vijverwater niet voldoende is of de verversingsgraad te gering is, dan is het apart verstrekken van vers schoon drinkwater absoluut nodig. Een schone vijver is natuurlijk veel beter. Water is voor alle organen in het lichaam van belang om goed te kunnen functioneren. De kwaliteit van het water beïnvloedt de kwaliteit van de dieren dan ook sterk.

Voerplaats en voerwijze
De meeste eenden en ganzen zijn prima op land te voeren. Korrels kunnen in een platte bak of in een voederautomaat worden verstrekt. Als de korrels vochtig kunnen worden, is het advies het voeder twee maal per dag vers te verstrekken.
Wordt het voer als brij gevoerd, dan is het zeker van belang dat de voederbak snel leeg is. Voederresten kunnen snel beschimmeld raken, zeker onder vochtige omstandigheden.
Houdt bij een vijver met meerdere soorten watervogels rekening met de dominantie van bepaalde soorten. Alle dieren moeten voldoende de kans krijgen om in alle rust te kunnen eten. Maak zonodig meerdere voederplaatsen.

Voersoorten
Voor de gangbare eenden en ganzen kunnen we het aanbod voeders onderverdelen in onderhoudsvoer, foktoomvoer, opfokvoer en graan.
Onderhoudsvoer voor watervogels levert de bouwstoffen voor onderhoud van het lichaam. Een eend of gans heeft ten opzichte van een kip veel meer veren waardoor de eiwitfractie in watervogelvoer gemiddeld wat hoger ligt en anders is opgebouwd dan in kippenvoer. Onderhoudsvoer voor kippen is vaak veel rijker aan calcium dan onderhoudsvoer voor watervogels. Bij watervogels beperkt zich de leg tot het broedseizoen, terwijl veel kippenrassen meer en langer eieren leggen.
Te veel calcium is voor watervogels buiten de legperiode niet gewenst.
Foktoomvoer bevat wel een hogere dosering calcium en is gericht op een goede bevruchting en een goede eisamenstelling.
Ten opzichte van foktoomvoeders voor kippen kan het doorgaans later ingezet worden om het gewenste resultaat te bereiken. Wanneer foktoomvoer bij eenden en ganzen ca. een week of vijf voor het rapen van de eieren wordt gegeven, dan wordt het gewenste resultaat bereikt.
Opfokvoer voor watervogels is vaak fijner en daardoor ideaal voor de kleinere snavels van de kuikens. De samenstelling is rijk aan bouwstoffen voor een gelijkmatige groei van de kuikens. Ook hier geldt dat het ten opzichte van kippen minder lang igevoerd hoeft te worden. Er kan eerder op goed onderhoudsvoer worden overgestapt, mits de watervogels in de uitloop ook gras, wormen en dergelijke kunnen vinden. Bij bepaalde rassen kan te lang doorvoeren van opfokvoeder leiden tot beenderproblemen.

Lekke bevedering
Een lekke bevedering is bij nogal wat eendenliefhebbers een veelbesproken thema.
Een eend heeft ten opzichte van kippen veel meer veren en de vederstructuur behoort dicht, isolerend en waterafstotend te zijn. Een perfect verendek is de voorwaarde voor gezonde watervogels.
Goed watervogelvoer moet watervogels de bouwstoffen bieden om een perfect verenpakket met een goede structuur te kunnen ontwikkelen. Goed watervogelvoer heeft extra zwavelhoudende aminozuren en de juiste vetzuren.
De zwavelhoudende aminozuren zorgen voor sterke veren met een goede structuur.
De juiste vetzuren zorgen ervoor dat de watervogels de mogelijkheid hebben om als het ware een vet-filmpje over de bevedering te leggen waardoor de bevedering waterafstotend en isolerend is.
Kippenvoer is hier niet op afgestemd en daardoor niet geschikt.
Bij een te schrale voeding kan een watervogel het verenkleed niet kunnen onderhouden. Het is daarom van belang om jaarrond volledig watervogelvoer (bij) te voeren.

Maagkiezel
Maagkiezel is onmisbaar voor watervogels. Maagkiezels zijn de molensteentjes in de krop van de dieren. Ze zorgen voor een betere vertering van het voer en een beter welzijn van het dier. De dieren moeten daarom altijd scherpe maagkiezel beschikbaar hebben.

Granen
Watervogelgraan of eendengraan verschilt van kippengraan door de afwezigheid van scherpe producten zoals gerst en haver en door de aanwezigheid van bijvoorbeeld milletzaad.
Speciaal eendengraan is niet te grof en wordt daardoor makkelijk opgenomen.
Granen kunnen onder het wateroppervlak in bakjes gevoerd worden. Hierdoor is het eenvoudig door de dieren op te nemen en krijgen buitenvogels en ongedierte geen kans.
Eendengraan moeten we beschouwen als bijvoedering. Om topresultaten te verkrijgen kan het nooit als hoofdvoer dienen.