Voeding en verzorging

Intro
Zonder goede voeding en verzorging geen gezonde dieren. Deze regel geldt altijd en overal.
Dit hoofdstuk beschrijft kort de voeding en verzorging van konijnen.

Voeding voor volwassen dieren
Er zijn vele manieren om een konijn te voeden en te verzorgen. Konijnen kunnen uitstekend gevoerd worden met gemengd konijnenvoer. Er zijn ook konijnenkorrels te koop.
Zowel het gemengde konijnenvoer als de korrel kan aangevuld worden met groenvoer zoals gras en een aantal kruiden en groenten.

Het beste is om kleine stukjes van zoveel mogelijk verschillende groenten tegelijk te geven, in plaats van veel van één soort groente. De wilde konijnen in de natuur eten ook heel gevarieerd en eten overal een klein beetje van. Voorbeelden van goede groenten om te geven zijn: andijvie, veldsla, broccoli, wortelen, wortelloof en witlof.
Voorbeelden van kruiden en planten in de natuur die konijnen graag eten zijn: weegbree, herderstasje, boerenwormkruid en de bloemen en het blad van de paardebloem.
Als een dier geen groenvoer gewend is, moet het hier langzaam aan wennen. Een konijn heeft zeer gevoelige darmen en deze kunnen snel van streek raken als ze te veel groenvoer krijgen, terwijl ze dit niet gewend zijn.

Konijnen moeten altijd schoon en fris drinkwater hebben. Ook goed fris hooi moet altijd in de hokken aanwezig zijn.
Het drinkwater moet elke dag ververst worden, ook als er drinkflesjes worden gebruikt. Als water lang stil staat gaat het stinken en een konijn drinkt dit water dan niet meer.

De hoeveelheid voer is natuurlijk afhankelijk van de grootte en de behoefte van het konijn. Belangrijk is dat een konijn zijn voer elke dag volledig opmaakt.
Als ze te veel krijgen laten ze het staan en dan moet er wat minder gevoerd worden.

Worden konijnen gekocht dan is het verstandig meteen wat voer mee te nemen waaraan ze zijn gewend. Konijnen moeten altijd voorzichtig wennen aan ander voer.

Goed fris hooi moet altijd in de ruif beschikbaar zijn. Konijnen eten dit naar behoefte. Voor een goede spijsvertering is goed hooi absoluut noodzakelijk.

Voeding voor jonge dieren
Jonge konijnen gaan vanzelf vast voer mee-eten als ze nog bij hun moeder (de voedster) in het hok verblijven.
Worden de jongen gespeend (d.i. bij hun moeder weggehaald) dan kunnen zij ook direct volledig overgaan op dit voor hen bekende voer.
Er is in de handel ook speciaal voer voor jonge konijnen te koop, maar nodig is dit niet.
Na het spenen moet wel worden opgelet of de jonge dieren het beschikbare voer wel opeten.
Is het voer de volgende dag niet op, dan wordt het oude voer weggehaald en wordt op de gewone tijd weer nieuw voer gegeven.

Voerbakken
Kijk bij de aankoop van de dieren welke voerbakken de fokker gebruikt. Bevallen deze voerbakken dan is het verstandig dezelfde bakken ook te gebruiken. De dieren zijn daaraan gewend.
Bij de dierenspeciaalzaak zijn vele soorten en maten voederbakken te koop. Afhankelijk van het ras kan men een keuze maken.

Drinkbakken
Voor drinkbakken geldt hetzelfde als bij de voerbakken. Plaats de bakken op een verhoging, zodat de dieren er geen vuil in kunnen krabben.
Beter is het gebruik van een drinkfles. Het water kan dan niet door de dieren vervuild worden.
Drinkflessen moeten ook regelmatig gecontroleerd worden. Soms raken de nippels verstopt.

Omgaan met dieren
Goed omgaan met de dieren is net zo nodig als het geven van voer en water en het schoonmaken van de hokken.
Het omgaan met de dieren is misschien wel het mooiste wat er is.


Jong geleerd is oud gedaan

Het gedrag van de verzorger bepaalt ook sterk het gedrag van zijn dieren. Ga altijd rustig met de dieren om en laat ze nooit schrikken.
Laat bij de benadering van de dieren altijd een vertrouwd geluid horen, zodat de dieren weten dat de verzorger er aan komt en win zo het vertrouwen van de dieren. Dat kan bijvoorbeeld door steeds eenzelfde fluittoon of deuntje te herhalen. De dieren leren snel dat er dan geen gevaar dreigt.
Haal de dieren ook regelmatig aan en zet ze ook op tafel. Zij wennen dan snel aan de verzorger en het plezier dat u aan de konijnen beleeft wordt er alleen maar groter op en juist dat maakt het houden van konijnen zo plezierig en interessant.

Spijsvertering
De spijsvertering van een konijn begint in de mond.
De enzymen in het speeksel beginnen al aan het proces van eiwitsplitsing. Als het konijn slikt komt het voedsel in de maag.
De maag van het konijn is relatief klein. Daarom is het goed als een konijn verspreid over de dag kleine porties voedsel krijgt.
In de maag wordt het voedsel gemengd met maagzuur. De enzymen in het maagzuur bewerken de voedselbrij.

Als het voedsel in de maag voldoende is bewerkt schuift de voedselbrij door naar de dunne darm. Een aantal belangrijke voedingsstoffen wordt door de darmwand geabsorbeerd en afgegeven aan de bloedbaan.
De overgebleven voedselbrij schuift dan door naar de dikke darm. In de dikke darm wordt de voedselbrij gescheiden. De meest vezelrijke massa wordt naar de blinde darm geleid.
Ook de blinde darm heeft bij konijnen duidelijk een functie. In deze darm worden o.a. vezels omgezet in vluchtige vetzuren. De zachte blinde darmkeutels eet het konijn opnieuw op, waardoor de voedingsstoffen in de dunne darm opgenomen kunnen worden.
Als een konijn zijn nachtkeutels niet kan opnemen, ontstaat een tekort aan B-vitamines.

Ruwvoer
Bij de meeste konijnenfokkers bestaat het konijnenmenu naast water uit een krachtvoer en een ruwvoer. Het krachtvoer bestaat meestal uit een korrel of een gemengd voer.
Als ruwvoer wordt vaak hooi gegeven en eventueel in de zomer vers gemaaid gras.
Vezels zijn van groot belang voor het goed functioneren van konijnen.
Stengelig hooi is een bron van vezels. Maar niet het hooi is zozeer essentieel, maar juist de vezels uit het hooi!
Deze vezels kunnen konijnen ook in de vorm van stro opnemen. Stro is misschien nog wel een betere vezelbron dan hooi.

Veel fabrikanten van konijnenvoeders brengen qua voedingsbehoeften een min of meer volledig voeder op de markt. Wordt er dan toch nog hooi bijgevoerd, dan worden op het totale rantsoen bepaalde gehaltes scheefgetrokken.

Krachtvoer
Er zijn vele merken konijnenvoeders en binnen de verschillende merken zijn vaak nog de nodige variëteiten.
Grofweg zijn de soorten onder te verdelen in gemengde voeders en geperste korrels.
Veel gemengde voeders zien er zeer aantrekkelijk uit maar het bekendste nadeel is dat het konijn kan gaan selecteren. Vanuit dat oogpunt verdienen geperste korrels dan ook de voorkeur. Het konijn kan zo niet gaan kiezen en krijgt de voedingscomponenten in de verhouding binnen zoals de fabrikant het bedoeld heeft.

De hoeveelheid benodigd voer is afhankelijk van diverse factoren. Allereerst bepaalt de verteerbaarheid van het voer welk deel daadwerkelijk te benutten is.
Daarnaast spelen vele milieufactoren een rol. Van invloed zijn onder andere ras en grootte, leeftijd, conditie, mate van activiteit, hoeveelheid en kwaliteit van het ruwvoer en temperatuur.
Het is verstandig altijd te voeren met de ogen.
Een richtlijn voor te voeren krachtvoer is 25 tot 50 gram per kilogram lichaamsgewicht, waarbij kleinere dieren (activiteit buiten beschouwing gelaten) relatief meer verbruiken. Een ander handvat is 4 tot 5% van het lichaamsgewicht bij de kleine rassen en ca. 3% van het lichaamsgewicht bij grote rassen.

Overige bijvoedering
Naast krachtvoer, stro en hooi worden er tal van andere producten bijgevoerd aan konijnen. Groenvoeders zoals gras en wortels zijn waarschijnlijk de meest gangbare.
Voor gras geldt eigenlijk hetzelfde als voor hooi. Is het gewas afgerijpt (stengelig), dan is het goed konijnenvoer.
Maar bedenk goed dat ook dit voedingsrijke niet-volledige product bepaalde gehalten scheef trekt op het totale rantsoen. Als voorbeeld: een konijn dat meer gras eet, zal minder korrels eten en krijgt daarmee o.a. minder vitamine E binnen.

Brood is weliswaar een smakelijk product, maar het mag alleen in een beperkte hoeveelheid als konijnenvoer gebruikt worden. Brood voeren aan konijnen die niet voldoende energie verbranden kan lichaamsvervetting en wam-vorming tot gevolg hebben.
Wortels zijn vanuit vele wijsheden misschien hét konijnenvoer bij uitstek.
Maar een konijn kan op wortels alleen niet leven en als er een goed krachtvoer wordt gebruikt, voegt een wortel niets toe.