Geschiedenis

Ontstaan van de diergroep
Vroeger werden de konijnen gerekend tot de grote groep van de knaagdieren. Tegenwoordig echter zijn de konijnen ingedeeld bij de groep haasachtigen.
De mens heeft in het verleden al snel belangstelling gekregen voor het konijn. Hiermee begon de domesticatie van het wilde konijn. Bij de haas is dit niet gebeurd.

Pas weer veel later is het konijn een geliefd huisdier geworden die in de kleindierliefhebberij een grote populariteit heeft bereikt en nog steeds heeft.
Dit komt omdat het rustige en gemakkelijk tam te maken dieren zijn die in of op een beperkte ruimte gehouden kunnen worden.
Bovendien vormt de verzorging geen probleem en ze planten zich snel voort, waardoor een groot aantal verschillende rassen is ontstaan.
Vooral dit laatste feit boeit veel fokkers en er ontstaan nog steeds nieuwe rassen.
Al deze eigenschappen zorgen ervoor dat veel mensen dagelijks plezier beleven aan het houden, fokken en verzorgen van konijnen.

Domesticatie
Zowel de hazen als de konijnen leefden voor de grote ijstijden overal in Europa.
Gedurende de laatste ijstijd is het leefgebied verkleind en kwamen de konijnen uiteindelijk alleen nog voor op het Iberisch Schiereiland, het huidige Spanje en Portugal.
Enkele eeuwen geleden werden daar de konijnen door de Feniciers, een oud zeevarend volk uit gebieden in het huidige Israël, ontdekt.
Pas veel later (rond 250 voor C.) ondernamen de Romeinen de eerste pogingen om het konijn tot huisdier te maken. Zij waardeerden het vlees van het konijn enorm. Maar ook de vacht van het konijn had hun aandacht.
De konijnen werden gehouden in zogenaamde ‘leporaria’, grote ommuurde tuinen die de konijnen tegen vijanden beschermden. Maar van een echte domesticatie was nog geen sprake.
Pas in de middeleeuwen verspreidde het konijn zich door Europa en werd vooral door Franse monniken als huisdier gehouden. Zij begonnen ook met het creëren van rassen door konijnen met een afwijkende vachtkleur met elkaar te kruisen.
Pas in de 19e eeuw waren fokkers in staat om allerlei rassen te creëren, waardoor zij de basis legden voor de konijnenliefhebberij die we nu kennen.


De Rus, een vrij klein konijnenras

Biodiversiteit
Ook al onze konijnenrassen zijn een erfgoed uit een ver verleden en daar moeten we zuinig op zijn.
Alleen al in Nederland kennen we meer dan 50 rassen in tientallen verschillende kleurslagen.
Biodiversiteit is de som van de beschikbare genetische varianten en is sinds de milieuconferentie van de VN in 1992 in Rio de Janeiro een begrip.
Veel landen waaronder ook Nederland hebben de conventie van Rio ondertekend en daarmee verklaard zich in te zetten voor het behoud van deze biodiversiteit.
Dat houdt ook in dat zij kleindierenliefhebbers, die zich daarvoor inzetten, ondersteunen met middelen en mogelijkheden en voorlichting geven aan niet-liefhebbers over acceptatie van onze dieren.
Al onze konijnenrassen met hun typerende kenmerken en de bijbehorende genenrijkdom moeten bewaard blijven. Immers, weg is voorgoed weg. Het domesticatieproces kan nooit meer herhaald worden.
Het beschermen van de vele rassen die zijn ontstaan in de loop der eeuwen is een taak van ons allen en van de konijnenliefhebbers in het bijzonder.