Fokken

Intro
Bij veel dierenliefhebbers ontstaat na verloop van tijd de wens om jonge dieren is fokken. Niets is zo mooi als ouderdieren met hun jongen. Er is echter ook een maar aan verbonden.
De jonge dieren moeten later ook een hok hebben. Omdat de kleine knaagdieren een geweldige voortplanting hebben, is het ook nodig op voorhand afnemers van deze dieren te zoeken.
Dit kunnen liefhebbers zijn maar ook dierenwinkels. Er is ook enige kennis van het fokken nodig. Is die kennis er niet, dan is het zinvol van te voren op bezoek te gaan bij fokkers.

Keuze van de fokdieren
Niet alle dieren zijn geschikt voor de fok. Fok alleen met dieren die gezond zijn en altijd gezond zijn geweest. Belangrijk is ook te letten op een goed karakter.
Fok ook niet met dieren die een ziekte hebben gehad of geboren zijn uit ouders die ernstige ziektes hebben gehad.
Fokken met dieren die te nauw verwant aan elkaar zijn geeft meer kans op problemen. Deze nauwe teelt brengt aanwezige erfelijke afwijkingen sneller aan het licht.

De gekozen fokdieren moeten ook de specifieke eigenschappen bezitten die bij de soort of het ras horen. Al deze raseigenschappen zijn in de standaard beschreven.
Deze eigenschappen moeten ook bij de jonge dieren terug komen of nog beter worden. Op deze uiterlijke raseigenschappen worden de dieren later op tentoonstellingen beoordeeld. Maar ook als gefokt wordt om een paar jonge dieren erbij te hebben, is het nodig dezelfde zware selectiecriteria te gebruiken, anders verliezen de dieren in de loop van de tijd hun raseigenschappen.

Bevruchting
Tamme ratten zijn geslachtsrijp vanaf vijf tot zes weken. Fokkers wachten minstens tot een week of 16 voordat de dieren worden ingezet voor de fok. De gemiddelde draagtijd is ruim drie weken. De vrouwtjes zijn eenmaal in de vier tot vijf dagen vruchtbaar.

Kleurmuizen voor de fok worden bij voorkeur in koppels gehouden. Het koppelen van de dieren wordt gedaan op een leeftijd van ongeveer 12 weken. De draagtijd is ook ruim drie weken.

Syrische hamsters zijn al op de leeftijd van vier tot vijf weken geslachtsrijp. Het is beter te wachten tot de dieren vijf maanden oud zijn. Het vrouwtje is eenmaal in de vier dagen gedurende enkele uren vruchtbaar of bronstig. Alleen tijdens deze korte periode accepteert zij de aanwezigheid van het mannetje.
Plaats het vrouwtje bij het mannetje en als ze dekrijp is blijft ze na een heftige snuffel- en likpartij stokstijf staan en wordt dan vele malen gedekt. Zodra de dieren geen interesse meer voor elkaar tonen, worden ze van elkaar gescheiden. Succesvolle paringen gebeuren meestal in de avonduren. De draagtijd is maar 16 dagen.

Voor alle kortstaart dwerghamsters geldt dat de vrouwtjes niet voor hun tiende week drachtig mogen worden.
Het koppelen van kortstaart dwerghamsters is meestal geen probleem. Plaats beide dieren in een schone bak met voldoende schuilmogelijkheden. In het begin kunnen er schermutselingen plaatsvinden in de vorm van dreigen, wilde achtervolgingen, beetje ruzie maken etc. Dit is allemaal normaal, zolang er maar geen bloed vloeit.
Gebeurt dit wel, dan worden de dieren uit elkaar gehaald en later nog eens gekoppeld. De draagtijd is afhankelijk van de soort 16-22 dagen.
Langstaart dwerghamsters zoals de Chinese dwerghamsters worden gekoppeld door het vrouwtje in de bak van het mannetje te zetten. Als de dieren elkaar besnuffelen en niet onmiddellijk elkaar aanvallen, is de kans groot dat het vrouwtje vruchtbaar is.
De paring gebeurt dan binnen een dag, waarna de dieren weer worden gescheiden. Wordt er toch direct gevochten, dan moet het vrouwtje weggehaald worden.
De volgende avond kan het nog eens geprobeerd worden.
De vruchtbaarheidscyclus van de Chinese dwerghamster duurt ongeveer vier tot vijf dagen. Dit betekent dat het vrouwtje in één van de vijf volgende dagen wel vruchtbaar is en het mannetje dan wel wordt geaccepteerd.

Gerbils worden het best in een groep gehouden. Het dominante vrouwtje zal als eerste jongen krijgen. Het koppelen van volwassen dieren gaat vaak moeilijk. Het is beter om een jong mannetje te koppelen aan een ouder vrouwtje. De dieren zijn met acht weken geslachtsrijp, maar het is beter te wachten tot ongeveer 20 weken.
Gerbils zijn eenmaal in de zes dagen vruchtbaar. De draagtijd is 20-24 dagen.

Omgaan met drachtige dieren
Liefhebbers die een keer een aantal jongen willen fokken kunnen bij in groepen levende dieren proberen de jongen in deze groep te laten opgroeien. Het mannetje moet wel na de dekking uit de groep worden gehaald, anders komen er veel te veel jongen.

Afwijkend is de fok van de Syrische hamster omdat deze hamster altijd alleen leeft.

De fokkers die veel dieren fokken voor tentoonstellingen brengen de drachtige vrouwtjes vaak onder in een aparte bak, zodat in alle rust de nesten klaar gemaakt kunnen worden. Fokkers houden precies bij welke jongen geboren worden uit welke ouderdieren. Zij volgen ook nauwkeurig de ontwikkeling van de jongen en leren op deze manier welke combinatie van ouderdieren de beste jonge dieren oplevert.

Als er vrouwtjes drachtig zijn wordt het hok goed schoongemaakt en voorzien van extra nestmateriaal zoals hooi, witte papiersnippers en plukjes schapenwol.

Geboorte van de jongen
Jonge tamme ratten worden na 21-24 dagen geboren. De nestgrootte varieert van acht tot twaalf.
Kleurmuizen hebben een draagtijd van 21-23 dagen. Hun nestgrootte ligt tussen de vijf en twaalf.
De Syrische hamsters dragen de jongen maar 16 dagen. De nestgrootte varieert nogal sterk tussen één en vijftien.
De kortstaart dwerghamsters dragen hun jongen 16-22 dagen, afhankelijk van de soort. De nestgrootte schommelt tussen vier en zeven jongen.
De langstaart dwerghamsters hebben een draagtijd van 22 dagen en hun nestgrootte varieert tussen zes en tien jongen.
Gerbils dragen hun jongen, afhankelijk van de soort, 22-24 dagen. De nestgrootte is meestal vijf tot zeven jongen.

Opfokken van jonge dieren
De eerste drie weken na de geboorte wordt het nest niet schoon gemaakt. Het is belangrijk de jongen ongestoord te laten opgroeien. Kleine knaagdieren groeien enorm snel en de jonge dieren gaan al snel in de bak rondscharrelen. Zorg er wel voor dat de jongen, die erg klein zijn, niet uit de bak kunnen ontsnappen.
De zogende vrouwtjes hebben een zware taak te volbrengen, zeker als het aantal jongen nogal groot is. Zij kunnen in deze tijd wel wat extra’s gebruiken in de vorm van een stukje gekookte aardappel, ei, beschuitkruimels, rozijnen of wat kattenvoer.
Een beetje kwark of volle yoghurt vinden ze ook geweldig lekker. Bovendien worden de jonge dieren daar snel handtam van en wennen aan hun verzorger.

Jonge kleine knaagdieren worden gezoogd door hun moeder.
Rond de vijfde week na de geboorte zijn de jongen zo groot dat ze bij de moeder kunnen worden weggehaald. Dit heet het ‘spenen’. In een groepshuisvesting gebeurt het spenen op een natuurlijke manier.
In de fokbakken zorgt de fokker voor het spenen door de jonge dieren in een andere bak te plaatsen.

Continu selecteren tijdens opfok
Fokken betekent ook selecteren.
Jonge dieren worden regelmatig op hun ontwikkeling gecontroleerd. Jonge dieren die niet gelijkmatig opgroeien en/of afwijkingen vertonen worden nooit perfecte vertegenwoordigers van het ras of de soort en moeten niet aangehouden worden.
Door alleen de beste dieren te houden blijft het ras of de soort zuiver, vitaal en met de juiste kenmerken. Dat is ook het doel waarnaar de fokker/liefhebber streeft.