• Home
  • Bondsberichten
  • Actuele zaken aangaande vogelgriep in België, risicoanalyse voor Nederland:

Actuele zaken aangaande vogelgriep in België, risicoanalyse voor Nederland:

In België zijn de afgelopen weken uitbraken gemeld van laagpathogene aviaire influenza (LPAI) van het type H3N1. De getroffen bedrijven liggen in Vlaanderen. Inmiddels zijn meer dan 20 bedrijven besmet geraakt. Er is sprake van klinische problemen als luchtwegaandoeningen en natte ogen en er is ook veel sterfte waargenomen. 

Algemene informatie over AI en bestrijdingsplicht.

De aviaire influenzavirus subtypen H5 en H7 zijn vanuit de Europese Unie bestrijdingsplichtig, omdat deze een risico kunnen vormen voor pluimvee- en/of de volksgezondheid (Richtlijn 2005/94/EG). Ook bij LPAI infecties van deze subtypen moet de overheid maatregelen nemen, omdat een LPAI, die weliswaar zelf meestal slechts milde verschijnselen geeft, kan muteren naar een hoogpathogene variant (HPAI).

Bij AI virustypen, die niet van het H5 of H7 typen zijn, is  geen sprake van vogelgriep zoals gedefinieerd door de Europese regelgeving en deze types zijn niet bestrijdingsplichtig. De pluimveehouder is zelf verantwoordelijk voor de gezondheid van zijn of haar pluimvee.

Situatie in België

In België is het type H3N1 aangetroffen op pluimveebedrijven. Het betreft een LPAI variant, waarbij géén sprake van vogelgriep of aviaire influenza zoals bepaald door de Europese regelgeving.

De onderstaande informatie is afkomstig van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV).

  • Er zijn op dit ogenblik een twintigtal houderijen waar de aanwezigheid van een H3-virus of een ander type niet zijnde H5/H7-virus (vermoedelijk hetzelfde H3-virus, maar dit is nog niet getypeerd) is vastgesteld en klinische problemen werden opgemerkt. 
  • De eerste besmetting is een maand geleden vastgesteld in Oost-Vlaanderen, aan de grens met West-Vlaanderen. Van daar heeft het virus zich westwaarts in West-Vlaanderen verspreid, waar zich de meeste gevallen bevinden. 
  • De helft van het aantal besmette bedrijven is vermeerderingsbedrijven (ouderdieren), de rest zijn legkippen (indoor en buitenuitloop) en één kalkoenbedrijf. 
  • De klinische symptomen op de kippenbedrijven zijn voornamelijk depressie, snelle daling van de eiproductie (van 20% tot 100%) en hoge sterfte, soms tot 50% en hoger. Het probleem verspreidt zich in sommige gevallen langzaam in de stal. Ook de verspreiding van besmetting tussen stallen op eenzelfde bedrijf kost meestal tijd. 
  • De klinische symptomen op het kalkoenenbedrijf zijn veel milder vergeleken met wat wordt waargenomen bij de kippen. 
  • Het H3-virus is genetisch zeer vergelijkbaar met een virus dat een paar jaar geleden in een wilde vogel in Nederland is aangetroffen. Het is door het Belgische referentielaboratorium Sciensano getest met een pathogeniciteitsindex van 0,13; dit is ver onder de drempelwaarde van 1,2 die een HPAI vogelgriepvirus definieert. Dit laagpathogene karakter wordt tevens bevestigd door het feit dat het virus ook in enkele stallen zonder klinische problemen is gevonden en dat de klinische problemen in de kalkoenen zeer beperkt zijn.
  • Volgens de Belgische overheid kan het virus alleen dus niet verantwoordelijk zijn voor de klinische problemen die worden waargenomen. Aan de basis ligt dan ook waarschijnlijk een co-infectie van dit H3-virus met een andere pathogeen of een combinatie van pathogenen. Hoewel in sommige stallen bekende pathogenen als Infectieuze bronchitis en E. coli werden geïdentificeerd, is er geen enkele gemeenschappelijke factor (behalve het griepvirus) ontdekt tussen de geïnfecteerde stallen. De precieze aard/oorzaak van het probleem is daarom nog niet duidelijk.
  •  Het epidemiologisch onderzoek toont geen gemeenschappelijke factor van verspreiding aan. Het verspreidingspatroon in de praktijk waarschijnlijk het resultaat van een combinatie van verschillende besmettingsroutes, nl. lokale verspreiding en verspreiding via contacten binnen de sector.

De Belgische overheid benadrukt dat het hier gaat om besmettingen met een LPAI H3 virus en die vallen buiten het kader van de regelgeving van AI. Er zijn tot op heden geen specifieke maatregelen genomen na het afhandelen van de verdenking en het uitsluiten van HPAI of Newcastle disease (ND) als oorzaak van de problemen. Gezien de omvang en de impact van de problematiek, heeft de Belgische pluimveesector aan de Minister gevraagd om de betrokken bedrijven te ruimen of te slachten, maar er is daarover nog geen beslissing genomen. Er wordt eveneens nagedacht over bijkomende bioveiligheidsmaatregelen.

Nederland

Tot nu toe zijn ons geen signalen bekend over problemen ten gevolge van H3N1 LPAI in Nederland.

LNV is op de hoogte en de pluimveesector kent de risico’s van verspreiding van LPAI. De Nederlandse Chief Veterinary Officer heeft nauw contact met haar Belgische collega en wordt door hem geregeld geïnformeerd. Het is belangrijk om, net als in België, alert te zijn op klinische verschijnselen van AI en stringente bioveiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Voor ons als kleindierliefhebbers betekent dit, dat we alert moeten zijn op symptomen, die lijken op bovenstaande symptomen. Bij verdenking altijd even contact opnemen met de eigen dierenarts, die dan verdere onderzoeken kan doen. Let op met contacten met kippen uit België.

Harry Arts, dierhouderij aangelegenheden. 10 mei 2019.