PUBLICATIE KLN STANDAARDCOMMISSIE, sectie Sier-en Watervogels 2017.

Wijzigingen bij de Lachduiven, betreft de kleur 26-3. Californian.
De overgangsperiode van 3 jaar is nu voorbij en wordt per 1-9-2017 definitief.
Ogen: gekleurde iris (naar gelang de kleurslag) pupil zwart.
Vleugels: de dekveren zijn geheel gekleurd. Enkele witte veertjes aan de vleugelboog zijn toegestaan.  Alle vleugelpennen zijn allemaal wit of allemaal gekleurd. Een enkele anders gekleurde vleugelpen is toegestaan, mits niet storend.
Staart: minimaal twee gekleurde middelste staartpennen.


KWAKER eend: per 1-9-2017 is de kleurslag Blauw wildkleur grofbont erkend.
De tekening staat beschreven bij kleur no. E 33, waarbij het gekleurde gedeelte vervangen moet worden door kleur no. E 2.
 Ogen: donkerbruin, pupil zwart.
Snavel: woerd: geel olijfgroen, eend: geel oranjebruin met enkele donkere vlekken, snavelnagel bij beide geslachten: donker hoornkleurig.
Poten, tenen en zwemvliezen: oranje tot oranjerood, bij de eend enige bruine aanslag toegestaan.
 
TULA GANS (per 1-9-2017) voorlopig voor 3 jaar erkend.
Herkomst
Rusland, een oud ras die sinds honderden jaren gebruikt wordt voor ganzengevechten.
Algemene indruk
Krachtige, middelgrote gans met een opvallende vleugeldracht en een zeer korte kromme (bolle) snavel.                           
Middelhoog gesteld.
Vormbeschrijving
Romp: krachtig, enigszins gedrongen, goed gerond. Houding vrijwel horizontaal.
Kop: kort, bijna rond, met een breed voorhoofd, die vloeiend overgaat in de bovensnavel. Bij overjarige dieren kunnen bij de aanzet van de bovensnavel knobbels voorkomen, tevens voorzien van sterk ontwikkelde kaakspieren. Kleine keelwam is toegestaan.
Ogen: groot, met zeer goed ontwikkelde oogranden.
Snavel: zeer kort, krachtig en krom, dik aan de basis. Kop en snavel vormen een vloeiende lijn. Vanaf de neusgaten is de snavel sterker afgerond en zijn er geribbelde verhogingen aanwezig. Beide zijden tonen een open gebit.
Hals: nauwelijks middellang, krachtig, rechtop gedragen met een flauwe bocht naar de kop.
Rug: breed, vrij kort, zeer licht gewelfd en iets naar achteren aflopend.
Borst: breed, vol en goed gerond.
Buik: breed, goed gerond met een kleine enkele buikwam.
Vleugels: groot, met zeer goed ontwikkelde schouderspieren.                                                                
De verlengde kleine slagpennen hangen onder een hoek van 450. De vleugelpunten worden nauwelijks gekruist gedragen.                                                                                                                             
Staart: vrij kort en gesloten, vrijwel in het verlengde van de rug gedragen.
Poten: middellang, groot, tenen breed uiteen geplaatst en voorzien van zwemvliezen.                                                                                           
Dijen: sterk ontwikkeld en gespierd.
Bevedering: glad en vast aanliggend.
Eventuele verschillen tussen gent en gans                                                                                                     
Behoudens enig verschil in gewicht geen opvallende verschillen.                                                     
Ernstige fouten:
Sterk afwijkende snavelvorm, snavel- oog- en oogledenkleur. Dubbele buikwam en een grote keelwam. Afwijkende dracht van de kleine slagpennen.
Fouten:
Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate voorkomend.
Gewicht:     Gent: 5,5 -6,0 kg.     Gans: 5,0 -5,5 kg.
Ringmaat:     Voor beide geslachten: 24mm.

Kleurslagen:
G1  Grauw
Een jonge vogel is helderder dan volwassen dieren en heeft een bruingrijze tint.
Ogen: donkerblauw; pupil zwart;  oogranden: oranje-geel.
Snavel: licht oranje-geel; snavelnagel licht hoornkleurig.
Poten, tenen: geel-oranje. De zwemvliezen zijn geel-oranje met een iets donkere aanslag.

G 2 Bruin grauw
Ogen: donkerblauw; pupil zwart;  oogranden: oranje-geel.
Snavel: licht oranje-geel; snavelnagel licht hoornkleurig.
Poten, tenen: geel-oranje. De zwemvliezen zijn geel-oranje met een iets donkere aanslag.
N.B.
Fokdoel: behoud van het zuivere Russische ras, de robuustheid, het oorspronkelijke type en bouw en de vechteigenschappen. Een gans legt ongeveer 15 eieren per jaar. Op de leeftijd van 60 dagen moet het jonge dier een levend gewicht van 4kg hebben.

Namens de commissie, Nico van Wijk.

Aanschaf Dieren

U bevindt zich hier: Home StandaardCie Sier-en Watervogels PUBLICATIE KLN STANDAARDCOMMISSIE, sectie Sier-en Watervogels 2017.