Gedomesticeerde watervogel standaard
Kleurslag no. 14 Spreeuwkop wordt gewijzigd in donker-wildkleur.
Kleurslag no. 7 Blauw wildkleur wordt definitief de kleurslag benaming bij de Rouen eenden Engels type, dit was voorheen Blauw – roodwildkleur. Met als opmerking, dat de kleur donkerder en intensiever moet zijn dan bij no. 7 beschreven.
FRANKISCHE LANDGANSHerkomst: Duitsland, uit het stroomgebied van de Mainz en de Saal in Frankenland. In het begin van de 21e eeuw als ras veredeld.
Algemene indruk: Middelgrote beweeglijke gans, met een iets gedrongen bouw en middelhoog gesteld.
Vormbeschrijving:
Romp: middellang en breed toont iets gedrongen, goed gerond met een iets opgerichte houding.
Kop: vrij kort met iets voorhoofd aanzet, bovenkop goed gerond en de keel goed uitgesneden.
Ogen: middelgroot en levendig
Snavel: middellang, stevig en recht.
Hals: middellang en stevig, recht tot licht gebogen, voorzien van halsgroeven.
Rug: middellang en breed, licht naar achteren aflopend.
Borst: breed, goed gerond, iets opgericht.
Buik: vol en breed, goed ontwikkeld, strak met een kleine enkelvoudige buikwam toegestaan.
Vleugels: middellang, goed aanliggend gedragen, iets gekruist toegestaan.
Staart: vrij kort, goed gesloten, in het verlengde van de rug gedragen.
Dijen: nauwelijks waarneembaar.
Poten: middellang en krachtig.
Gevederte: glad en vast aanliggend.
Eventuele verschillen tussen gent en gans: De ganzen zijn kleiner en compacter van bouw. Bij overjarige ganzen is een iets grotere enkelvoudige buikwam toegestaan.
Gewicht: Gent: 5 – 6 kg. Gans: 4 – 5 kg.
Ringenmaat: Voor beide geslachten: 22 mm.
Ernstige fouten en fouten:
Afhankelijk van de ernst: te geringe of te plompe bouw. Dubbele buikwam en erg gekruiste vleugels. Sterk afwijkende kleur en zoming.
Kleurslag:
Blauw wildkleur: kleur en tekening van gent en gans zoals aangegeven onder no. III. Van de Alg. kleurbeschrijving.
Ogen: grijsbruin, pupil zwart, oogranden: oranje.
Snavel: oranje; snavelnagel licht hoornkleurig.
Poten: oranje.




